Aggregation I (Circular)
Voor het eerst slaan 2 kunstenaars de handen in elkaar om een installatie te bouwen: Conrad Willems (°1983, Gent) en Adrien Tirtiaux (°1980, Antwerpen). Het wordt hun eerste samenwerking ooit.
Beide kunstenaars bouwen elk op hun eigen manier ruimtelijke structuren, met elementen die bepaald worden door de locatie en de verhalen die eraan verbonden zijn. Park Ter Beuken heeft een bijzondere geologische geschiedenis: het ligt op een grensgebied waar klei- en zandgrond samenkomen, en is deels gebouwd op een oude vuilnisbelt. Op deze bijzondere plek wilden ze een project realiseren dat werkt met die getormenteerde bodem en met lokaal materiaal.
Tijdens het voortraject ontdekten ze dat de perfecte bouwelementen te vinden waren op de lokale begraafplaats in Lokeren. Daar vonden ze 300 grafmonumenten aan het einde van hun concessie en bestemd voor vernietiging. De kunstenaars besloten dit prachtige materiaal een tweede leven te geven en zo 10 ton aan natuursteen te redden en naar het park te verplaatsen.
De grafmonumenten variëren sterk in vorm en stijl, van eenvoudige zerken tot rijkelijk gedecoreerde kruisbeelden en sculpturen. Ondanks hun massieve uitstraling zijn deze monumenten opgebouwd uit losse elementen. Bij het demonteren van de monumenten blijven zowel abstracte als herkenbare vormen over. Sommige onderdelen behouden duidelijk de grafsymboliek, terwijl andere vervellen tot abstracte vormen.
Deze elementen worden samengevoegd tot één installatie: Aggregation I circular, een cirkelvormig object van afgebroken grafmonumenten verzameld in één geheel. Deze cirkel, als centraal punt waar alles samenkomt, verlaat de begraafplaats waar de onderdelen normaal gesproken thuishoren en creëert een nieuwe vorm en context – circulariteit in elke betekenis van het woord.
De locatie voor Aggregation, langs de meanderende vijveroever in het park, is zorgvuldig gekozen. Het lijkt wel alsof het park het werk omarmt of alsof het werk het park naar zich toe buigt. De plaatsing in het midden van het park, tussen villa Ter Beuken en de ingang van de Groendreef, zorgt ervoor dat het werk bescheiden aanwezig is voor bezoekers. Het vergt initiatief van de toeschouwer om het werk van dichtbij te bekijken en het park te doorkruisen.
Door zijn hellende positie reikt Aggregation symbolisch zowel naar de hemel als naar de aarde. Deze massieve schijf, met één kant verzonken en één kant opgericht, biedt zich aan als een gebruiksobject. Door zijn toegankelijkheid nodigt het uit tot interactie, als een arena voor spelende kinderen, een atrium voor muzikanten of een zitplek voor rustende wandelaars.









De Stedelijke Commissie Kunstpatrimonium bestaat 50 jaar. Deze verjaardag wordt gevierd met de openluchttentoonstelling GNI-RI jun2022 van Nick Ervinck.
Nick Ervinck is een vernieuwende kunstenaar. Hij combineert high technology met ambachtelijk werken. Zijn beeldtaal is onuitputtelijk, zijn oeuvre balanceert tussen het imaginaire en de realiteit. Nick Ervinck heeft een herkenbare stijl. Zijn gele, speelse kunstwerken vormen zijn artistieke handtekening.
Tijdens de zomer presenteert hij vier van zijn monumentale sculpturen in het Park ter Beuken. Het werk LUBZAERC is voor het eerst in België te zien.
Over de hele wereld exposeert Nick Ervinck met veel succes. GNI-RI jun2022 maakt deel uit van de zomer 2022 van Nick Ervinck. Deze zomer zal zijn werk ook te zien zijn in Gent, Roeselare en Middelkerke.


Delabie stelt constructies samen waarbij de muren hoeken en lijnen vormen in het landschap. Er wordt een ruimte ingesloten tussen de muren. Die ruimte is niet altijd onmiddellijk waarneembaar. Deze 'verloren' ruimte wil hij terug aan de natuur of de wereld schenken.
"Als menselijke soort hebben we omzeggens de gehele wereld veroverd, 'ontdekt'. We bezitten de planeet. Hebben ze als soort 'ingedeeld' - verdeeld in landen, regio's... met daarbij de vele conflicten. We claimen de gronden.
Met mijn project wil ik een omgekeerde beweging maken. In plaats van muren te bouwen om grond te claimen, wil ik muren bouwen om deze los te laten, te dekoloniseren. Dit terug geven zie ik letterlijk: ontdoen van menselijke activiteit."
Henk Delabie


"De beelden van Maen Florin tonen de gekwetste mens. Het lijkt alsof die - in onmin met zichzelf - niet in staat is de uitdagingen die het leven hem stelt, te bemeesteren. Liever trekt hij zich terug in een ivoren toren, leeft als individu tussen individuen, alleen en eenzaam."
Erno Vroonen




De tentoonstelling “De verbroken horizon”, die kunstenaar Kristien De Neve in het Park ter Beuken heeft opgebouwd, is het sluitstuk van een trilogie rond “the missing object” (het ontbrekende object), een project gestart in Rome in 2014. In het grasveld is een groep van zes figuren geplaatst die elk hoog op golvende vluchtlijnen zitten.
Deze sculpturen zijn kleurrijk omwikkeld met stof van kleren, gedragen door heel veel mensen. Ze zijn dus elk het beeld van een ruime collectiviteit, niet van een apart individu. In de vijver is een heel grote stoel geplaatst , een ‘neder-zetting’, aangekleed door velen in samenwerking met de kunstenaar. Van oudsher zoekt de mens naar een samenleving op mensenmaat.
Maar de zitting van de stoel is hol en rond de grote stoel drijven lege hemden. In deze periode van diepe sociale crisis is een mentaliteits-verandering nodig. Wanneer het bewustzijn van onze fundamentele onderlinge afhankelijkheid sterker zal worden dan het streven naar eigenbelang, zullen we we een nieuw evenwicht bereiken, waarbij de verbondenheid tussen alles wat bestaat hét fundament wordt voor ons denken en ons handelen.

De gebouwen van Nicolodi zijn van een ongeziene soberheid. We zien oorlogsbunkers, mausolea, atria, tempels, renbanen en bouwwerken die referen aan de megalomane naziarchitectuur van Speer. Het betreft uitsluitend kunstenaarscreaties : ze bestaan niet en zijn ook niet bedoeld om te worden gebouwd. Het behorende kleurengamma is vanzelfsprekend beperkt en beslaat, volledig in overeenstemming met het onderwerp, uisluitend de tinten en schakeringen van betonkleur. Het geheel is van een rationaliteit die doorgaans niet meteen met ‘kunst’ wordt geassocieerd. Het werk van Nicolodi is, mild uitgedrukt, raadselachtig, en het laat bij de kijker een overwegend kille indruk na.
De expositie in Lokeren bestaat uit één monumentaal houten kunstwerk centraal in het park.
"Het werk draagt de naam Omnium Memoria, vertaald wordt dat collectief geheugen", verduidelijkt Nicolodi.
Het werk refereert zowel naar het verleden als het heden.
Er is ook een verwijzing in het werk naar de legende van de Kruiskapel in het nabijgelegen Eksaarde.



“..Drieghe weerde al vroeg elke persoonlijke toets en elk expressief gebaar in zijn abstracte schilderwerk. In de gaaf uitgevoerde acrylschilderijen mag niets de aandacht afleiden van de pure kracht van kleurtegenstellingen en vlakverdelingen... Na experimenten met niet-rechthoekige dragers begon de kunstenaar eind de jaren negentig ook in drie dimensies te werken. Objecten in zink en aardewerk kantelden als het ware uit zijn doeken, De interactie met de omgeving sprong nu nog meer in het oog, zeker toen hij de sculpturen ging beschilderen en ze buiten opstelde in contrast met de natuur. Dat effect kunnen we ook in Lokeren ervaren, waar de beschilderde hard edge objects van hout en metaal de blik op het romantische park sturen...”
Eric Bracke


“Steeds weer wordt ik aangetrokken - ik heb daar geen verklaring voor - tot het geheimzinnige, het ondefinieerbare karakter van steen. Het ruwe, het woeste, het hoogst verfijnde ... een bron van tegengestelde emoties. Steen staat los van de tijd en heeft alle tijd in zich. “

“Mijn werk is het zoeken naar een plastische taal die de realtie tijd-materie overbrucht.
Binnen structuren die een zekere eenvoud oproepen probeer ik, paradoxaal genoeg, volheid en eenvoud, chaos en complexiteit van het leven te vatten”
J. Parmentier
"Memento verwijst partieel naar het latijnse memento mori : de herinnering aan de sterfelijkheid(...) Van bij aanvang ontwikkelt Sofie Muller’s oeuvre zich rond de complexe verhaallijn van lichamelijkheid, sekse, identiteit en transformatie. Door de omgeving van het park orienteert de thematiek van de transformatie zich manifester naar het fenomeen van vergankelijkheid. Een constructie die zowel letterlijk als metaforisch geinterpreteerd wordt als passage is de brug. In het park bekleedt de kunstenares een bestaande brug met messing (...) Met de huid van de messing op de brug lijkt er een fictionele opening te onstaan naar het paradijs. Door blootstelling aan de lucht zal de patina van de brug evolueren van fonkelend geel naar een donkerbruine schutskleur. Tijdens de duur van de tentoonstelling zal men de indruk krijgen dat de felheid van het leven langzaam uitdooft."
Stef van Bellingen






“Waarnemen is geen neutrale ervaring maar medeplichtigheid”
“het overleven van de mens hangt af van de ontdekking van de hoop als sociale kracht”
“Voel je iets van dat summiere spel van mensen in hun dormen, wanneer ze sterven elke dag ?
Vandaag kan je nog twijfelen en morgen word je reeds bgraven.
Niets staat meer op het spel, tenzij een vreemd gevoel van denken”
F. Wuytack














“Ik vertelde Naveau over mijn indrukken inzake de collage-achtige aard van haar sculpturen en toen vroeg ik haar waar die schuin oplopende wanden aan de voet van Shirley’s temple vandaan kwamen. Het lijkt wel of de sculptuur ineengezet is met stukken van uiteenlopende herkomst.
Ik herken spirelli-vormige zuilen of vlammen uit kitcherige gasvuren, delen die aan Mayatempels doen denken, delen die doen denken aan een bruidstaart van Lucky Luke ... Naveau vertelt : “Ik vind het belangrijk dat een beeld vervreemding oproept. Ik hou van beelden die me aantrekken maar waarbij ik op het eerste gezicht niet weet wat ik ermee moet aanvangen. Een beeld moet een beetje zot of vreemd zijn, een beetje maf. (...) Een goed beeld proef je, het heeft iets smakelijks"
Hans Theys


“Spreek als Ton Kalle over eenvoud, rust en stilte, en de taalvoed stokt.
De stilte wordt oorverdovend, wanneer Kalle zijn voorkeur uitspreekt voor “de taal van graniet” als uitingsvorm.
De beeldhouwer laat ons nu slechts de ruimte te spreken met de doffe klank, waarmee een foute slag van de moker de noodlottige breuk op een zwak punt van de steen aankondigt."





“De beelden van Klaar Cornelis zijn sober, ascetisch, nederig en ontdaan in hun niet opdringerige monumentaliteit. Hun afgeknotte verticaliteit is meer romaans dan gotisch (...)”
“Ze zijn veel meer verwant met stengels dan met stammen. Hetgeen niet betekent dat ze rechtstreeks naar de natuur verwijzen. Ze zijn in hun verstening zelf natuur geworden, in die zin dat ze de materi (arduin, balegemse steen en brons) vanuit haar inwendigheid en geslotendheid een eigen beeldende kracht geven. Klaar Cornelis schept autonome sculpturen. (...)”
Klaar Cornelis schept autonome sculpturen, Via allerlei fijnzinngie inkepingen voelen we hun binnenwerk, beluisteren we de stem van hun zwijgzame niet te achterhalen groei, Klaars werk heeft een klaarte die vanuit de dingen komt, een tot de handen sprekend “fossiele licht” (om de woorden van Jos De Haes te gebruiken).
Haar beelden verdonkeremanen het proces van hun schepping niet, ze maken het leesbaar zonder hun mysterie op te geven,
Hun aanwezigheid is hun inhoud
Hun vanzelfsprekendheid hun geheim”
Roland Joris




“Geen smidse ter wereld zonder vuur, zonder de lucht van de blaasbalg, zonder water om te temperen, zonder ruw ijzer dat aan het erts onttrokken is, De vier elementen in één van hun heftigste samenwerkingsbanden (...) Een park is een gefantaseerde versie van de natuur in zijn primaire vorm. Mensen hebben aan bomen, struiken, planten,... een plan opgelegd. ... Dat gevoel van een gestuurd en risicoloos bestaan ontwricht Camiel al voor de bezoeker het park betreedt : hij markeert slechts één kant van de ingang met een bloedrode steunbeer. Vrijblijvendheid is al direct uit den boze. Wie voorbij deze mijlpaal gaat, verplaatst zich onvermijdelijk in een wereld van uitersten die naar een wankel evenwicht zoeken. Een evenwicht dat zowel kan steunen op de energie van het conflict als van de verstandhouding. Het is daarbij niet onbelangrijk op te merken dat deze steunbeer veel hoger is dan de muur die hij lijkt te stutten (...) de mensellijke fantasie die over haar einder probeert te kijken.”
Etienne Wils








“...De beelden zelf. Ze wringen zich in alle bochten, Reiken vanuit de hoogte neer naar de grond. Zijn wankel en kunnen zichzelf nauwelijks in evenwicht houden. Ze lijken te aarzelen en staan als jonge herten op hun broze poten. Ondanks de nagenoeg perfecte technische uitvoering, lijken ze gebrekkig. De ruimte om hen heen lijkt hen te stutten, vaste grond onder de voeten te geven, aan te vullen wat ze ontberen. Wie goed kijkt, merkt dat er zich tussen die vershillende entiteiten een dialoog ontspint... Ze lijken de (neven)producten van een onlesbaar verlangen. Een verlangen naar meer, naar hoger, naar eenheid."







“Bart Decq toont de texturaliteit, het textuur zijn van alles, als sculpturale betekenaar, en de intertexturaliteit, de plaats waar verschillende texturen in elkaar overlopen, verwijzend zonder einde naar steeds andere sculpturale vormen. Decq toont ons inderdaad wat textuur is. Lassen worden in valle braamexpansie zichtbaar gelaten. Sporen van werktuigen worden niet geweerd (...) De term die Deridda gebruikt is “deconstructie”, inmiddels al even versleten als een kindergadget. Maar de gedacht blijft bewaard. Deze is dat alle geconstrueerd is en dat de wijze van constructie in grote mate dd inhoud mee bepaald. In de deconstructie poogt men dit geconstrueerd zijn bloot te leggen. De naden worden zichtbaar gemaakt."
Willem Elias






"Ruimte is bij Gees geen statisch gegeven maar een constante flux van mogelijkheden en beperkingen, verbonden aan omstandigheden en materialen. (...) Ruimte is voor Gees ook het ontsnappen aan de traagheid van de materie, het (schijnbaar) loskomen van de evidenties der zwaartekracht: 'soms lijken mijn werken net opgespannen katapulten, nauwelijks bij machte of bedwongen door hun kogels, afwachtend in een ingehouden moment'. De potentiele dymaniek van zijn sculpturen laat hen contrasteren met de rustgevende statica van de omgeving."
Johan Pas


“...beschouwing is misschien het juiste woord om het gezamenlijke oeuvre van Hilde Van Sumere te karakteriseren waarbij de introspectie een grote rol speelt. Het in-zichzelf -kijken wordt er uitgebeeld in zuivere vormen die discreet en delikaat bewerkt worden zodat de toeschouwer niet gehinderd wordt door overtollige haakpunten en zichzelf kan zoeken en terugvinden in wat hij ziet. Waarschijnlijk wordt dat door sommigen ervaren als hermetisch maar het zoeken naar de essentie is nu eenmaal een experiment dat zich in het laboratorium van de eigen ziel afspeelt...”
Ludo Bekkers











Tussen hond en wolf.
“De achtvormige vijver in het stadspark fascineerde me meteen. Die achtvorm staat symbool voor oneindigheid, de eeuwige herhaling van dag en nacht, het draaien van de aarde rond haar as, de wenteling rond de zon, Over de vijver ligt een brug, Die brug is de overgang van de dag naar de nacht en omgekeerd: de deemstering, het moment waarop er geen schaduwen zijn, genoemd tussen hond en wolf. Opnieuw het komen en gaan.
Voor de dagzijde ontwierp ik agressievere vormen, pieken die zich manifesteren, wijzen. De nachtzijde gaf ik ronde vormen, bollen of halve bollen. Ook de droom heeft zijn rechten. Het is overigens de eerste keer dat ik grassculpturen op een watervlak plaats. De weerspiegeling droomt mee...”






"Het duplicatieproces wordt een instrument om het scheppingsproces te relativeren. Door op een ongenadige manier in zijn kaarten te laten kijken wil de kunstenaar zich beschermen tegen zijn eigen virtuositeit. Het is één van die hogergenoemde nieuwe taboes, waar Koen Muller reeds sinds zijn beginjaren mee te kampen heeft en waarvoor hij voortdurend op de vlucht is door te pendelen tussen abstractie en figuatie, realisme en expressionisme“






Men komt niet
bij de brug aan
om het zwijgen
aan de rivier
op te leggen
noch
om de roos
af te rukken
noch om het geheim
van het lot
te kennen
het teruggeven
van een leestafel
aan haar ruimte
leidt naar
de aanlegplaats
als het bootje
van ons bestaan
jou aan mij ontsluiert
ontplooit mijn ziel
jouw zeil.
“In deze ruimtelijke constructies worden de principes van de compositie - vormverhoudingen, evenwicht en zwaartepunt, spanning en rust, horizontaliteit en verticalisme - uitgetest, evenals de mogelijkheden van integratie van gerecupereerd afvalmateriaal, de problemen van oppervlaktebehandeling en dieptewerking enz. Enige hang tot estheticisme, het nastreven van vormschoonheid, is daarbij totaal afwezig. De indruk die van deze als door vuur en of roest aangevreten sculptuur uitgaat is er een van opzettelijke lelijkheid, van bevreemding ook, van agressie soms ..."
Paul Huys

Ondanks zijn opleiding als schilder-beeldhouwer heeft het werk van Ganzevoort Wybrand in feite meer met architectuur te maken, het integreren in een ruimte ... Hij spreekt in dat opzicht van het ritmeren van de ruimte : “Ritmeren, dat betekent de ruimte op een gevoelige manier verdelen. Wandelen is eveneens ritmeren van ruimte en dansen ... hoe meer je danst als je wandelt hoe mooier je de ruimte ritmeert... Ik probeer met mijn structuren en ingrepen de ruimte te ritmeren, gevoelig te maken. Neen, niet de ruimte ... Eigenlijk maak je degene die de ruimte ondergaat gevoelig. De ruimte kun je niet gevoelig maken.”

“Ieder steen heeft zijn eigen karakter. Daarom zijn mijn werken zo verschillend. Zelfs van een slechte steen maak ik een beeld, soms erg verrassend, nu mijn vreemd landschap (splitsen)”
Gisleen Heirbaut


